De or het teeltijd?

The correct Dutch article is:

de teeltijd

  • Plural: de teeltijden
Meaning (Dutch) 1. (veeteelt) de tijd dat dieren vruchtbaar zijn 2. (landbouw) de tijd dat de boeren zaaien

How to use teeltijd

the teeltijdde teeltijd
this teeltijddeze teeltijd
that teeltijddie teeltijd
our teeltijdonze teeltijd
your teeltijdjouw teeltijd
every teeltijdelke teeltijd
which teeltijd?welke teeltijd?
a big teeltijd / the big teeltijdeen grote teeltijd, de grote teeltijd
the teeltijd (plural)de teeltijden, deze teeltijden

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).