De or het taalschat?

The correct Dutch article is:

de taalschat

  • English: idiom, vocabulary
  • Plural: de taalschatten
Meaning (Dutch) 1. hoeveelheid en kwaliteit van de taal die men tot zijn beschikking heeft om zich te uiten of die men kan begrijpen 2. heel waardevol, mooi, belangrijk taalelement

How to use taalschat

the idiomde taalschat
this idiomdeze taalschat
that idiomdie taalschat
our idiomonze taalschat
your idiomjouw taalschat
every idiomelke taalschat
which idiom?welke taalschat?
a big idiom / the big idiomeen grote taalschat, de grote taalschat
the idiom (plural)de taalschatten, deze taalschatten

Example sentences with taalschat

  • Het is onvermijdelijk dat deze media de taalschat van jongeren verarmen en vervuilen.
  • Een hoger opgeleide Nederlander kent volgens sommige schattingen zo’n veertigduizend woorden, maar het is duidelijk te simplistisch om iemands taalschat alleen aan zijn woorden af te meten.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).