De or het stamtijd?

The correct Dutch article is:

de stamtijd

  • Plural: de stamtijden
Meaning (Dutch) (taalkunde) een vaste reeks van vormen van een werkwoord waarvan men de andere vormen kan afleiden m.n. het hele werkwoord, de verleden tijd enkelvoud en het voltooid deelwoord

How to use stamtijd

the stamtijdde stamtijd
this stamtijddeze stamtijd
that stamtijddie stamtijd
our stamtijdonze stamtijd
your stamtijdjouw stamtijd
every stamtijdelke stamtijd
which stamtijd?welke stamtijd?
a big stamtijd / the big stamtijdeen grote stamtijd, de grote stamtijd
the stamtijd (plural)de stamtijden, deze stamtijden

Example sentences with stamtijd

  • De stamtijden van het werkwoord maken zijn: maken, maakte, gemaakt
  • Er was een probleem: toen het eindexamen naderde, wist ik geen stamtijden, had ik geen woordenschat, kende ik geen grammatica.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).