De or het sporttoerisme?

The correct Dutch article is:

het sporttoerisme

Rule Words ending in -isme: almost always het. See the rule
Meaning (Dutch) 1. reizen gemaakt om een sport te beoefenen of om bepaalde sportverrichtingen bij te wonen 2. (verouderd) tijdverdrijf bestaand uit het maken van plezierritjes met een fiets of een motorvoertuig

How to use sporttoerisme

the sporttoerismehet sporttoerisme
this sporttoerismedit sporttoerisme
that sporttoerismedat sporttoerisme
our sporttoerismeons sporttoerisme
your sporttoerismejouw sporttoerisme
every sporttoerismeelk sporttoerisme
which sporttoerisme?welk sporttoerisme?
a big sporttoerisme / the big sporttoerismeeen groot sporttoerisme, het grote sporttoerisme

Example sentences with sporttoerisme

  • De noordelijke provincies profiteren momenteel vooral van het zogenaamde Scandinavische sporttoerisme: Zweedse sportclubs trainen in Noord-Nederland als hun eigen velden nog bevroren zijn.
  • Bij kunst staat het product centraal, bij sport de consumptie." Over een mogelijke verdwazing van het supporterdom en het sporttoerisme wenst Beckers zich geen zorgen te maken.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).