De or het sportleraar?

The correct Dutch article is:

de sportleraar

  • Plural: de sportleraars / sportleraren
  • Diminutive: het sportleraartje
Meaning (Dutch) (onderwijs, beroep) een leraar die les geeft in het schoolvak waarin gesport wordt en de kinderen kennismaken met sporten.

How to use sportleraar

the sportleraarde sportleraar
this sportleraardeze sportleraar
that sportleraardie sportleraar
our sportleraaronze sportleraar
your sportleraarjouw sportleraar
every sportleraarelke sportleraar
which sportleraar?welke sportleraar?
a big sportleraar / the big sportleraareen grote sportleraar, de grote sportleraar
the sportleraar (plural)de sportleraars, deze sportleraars

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).