De or het speeltijd?

The correct Dutch article is:

de speeltijd

  • Plural: de speeltijden
Meaning (Dutch) 1. de tijd dat men mag spelen op school 2. de tijd dat een wedstrijd duurt, de tijd dat een speler in een wedstrijd speelt

How to use speeltijd

the speeltijdde speeltijd
this speeltijddeze speeltijd
that speeltijddie speeltijd
our speeltijdonze speeltijd
your speeltijdjouw speeltijd
every speeltijdelke speeltijd
which speeltijd?welke speeltijd?
a big speeltijd / the big speeltijdeen grote speeltijd, de grote speeltijd
the speeltijd (plural)de speeltijden, deze speeltijden

Example sentences with speeltijd

  • Helaas was na een kwartiertje de speeltijd weer voorbij en moesten we weer hard werken aan de rekentoets.
  • Kramer vliegt boven iedereen uit, knikt zijn voorhoofd tegen de bal: 3-3. Het doelpunt is de laatste goal - qua speeltijd - ooit gemaakt in eredivisie, meldde sportdatabureau Gracenote.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).