De or het sermoen?

The correct Dutch article is:

het sermoen

  • English: sermon
  • Plural: de sermoenen
  • Diminutive: het sermoentje
Meaning (Dutch) beschuldigende, vermanende preek of toespraak

How to use sermoen

the sermonhet sermoen
this sermondit sermoen
that sermondat sermoen
our sermonons sermoen
your sermonjouw sermoen
every sermonelk sermoen
which sermon?welk sermoen?
a big sermon / the big sermoneen groot sermoen, het grote sermoen
the sermon (plural)de sermoenen, deze sermoenen

Example sentences with sermoen

  • Op 10 augustus 1566 preekte Sebastiaan Matte een opruiend sermoen in Steenvoorde, een stadje op het Vlaamse platteland, bij de grens met Frankrijk.
  • Ik kreeg een sermoen van een half uur over verantwoordelijkheid, burenhulp, en de samenhang tussen mijn auto en mijn denken.

Dutch words ending in sermoen

bedsermoen

In compound words, the last part decides the article. See the rule

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).