De or het seizoenshelft?

The correct Dutch article is:

de seizoenshelft

  • Plural: de seizoenshelften
Meaning (Dutch) de helft van de periode in een jaar dat men een bepaalde activiteit verricht

How to use seizoenshelft

the seizoenshelftde seizoenshelft
this seizoenshelftdeze seizoenshelft
that seizoenshelftdie seizoenshelft
our seizoenshelftonze seizoenshelft
your seizoenshelftjouw seizoenshelft
every seizoenshelftelke seizoenshelft
which seizoenshelft?welke seizoenshelft?
a big seizoenshelft / the big seizoenshelfteen grote seizoenshelft, de grote seizoenshelft
the seizoenshelft (plural)de seizoenshelften, deze seizoenshelften

Example sentences with seizoenshelft

  • "De eerste seizoenshelft heb ik niet veel gespeeld, alleen een paar invalbeurten.
  • Een flinke verbetering ten opzichte van de eerste seizoenshelft, waarin de Oranje-international in zeventien wedstrijden slechts twee keer scoorde.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).