De or het reiskaart?

The correct Dutch article is:

de reiskaart

  • Plural: de reiskaarten
  • Diminutive: het reiskaartje
Meaning (Dutch) 1. kaart die toegang geeft tot een bepaald vervoermiddel 2. een landkaart waarop voor reizigers belangrijke informatie staat afgebeeld

How to use reiskaart

the reiskaartde reiskaart
this reiskaartdeze reiskaart
that reiskaartdie reiskaart
our reiskaartonze reiskaart
your reiskaartjouw reiskaart
every reiskaartelke reiskaart
which reiskaart?welke reiskaart?
a big reiskaart / the big reiskaarteen grote reiskaart, de grote reiskaart
the reiskaart (plural)de reiskaarten, deze reiskaarten

Example sentences with reiskaart

  • Sommige studenten waren vermoedelijk vergeten de reiskaart te annuleren, anderen hebben het mogelijk bewust gedaan om goedkoper te kunnen reizen.
  • Betalen met de elektronische reiskaart zou slechts 1 of 2 seconde duren, terwijl pinnen 10 tot 15 seconde in beslag neemt.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).