De or het reisbiljet?

The correct Dutch article is:

het reisbiljet

  • English: railway-ticket, tram ticket, travelling ticket
  • Plural: de reisbiljetten
Meaning (Dutch) papier waarop staat dat men gerechtigd is een bepaalde reis met een bepaald vervoermiddel te maken

How to use reisbiljet

the railway-tickethet reisbiljet
this railway-ticketdit reisbiljet
that railway-ticketdat reisbiljet
our railway-ticketons reisbiljet
your railway-ticketjouw reisbiljet
every railway-ticketelk reisbiljet
which railway-ticket?welk reisbiljet?
a big railway-ticket / the big railway-ticketeen groot reisbiljet, het grote reisbiljet
the railway-ticket (plural)de reisbiljetten, deze reisbiljetten

Example sentences with reisbiljet

  • Bezorgd toonde Quispel de kapitein, die met een laatdunkende trek op zijn gezicht stond te kijken naar al dat binnenstromende vee, zijn reisbiljet, waarop immers City of Hydra was ingevuld.
  • Ze was aan boord zonder reisbiljet, 'want als je de maîtresse van zo iemand bent, heb je geen kaartje nodig'.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).