De or het racedag?

The correct Dutch article is:

de racedag

  • Plural: de racedagen
Meaning (Dutch) de dag van een snelheidswedstrijd

How to use racedag

the racedagde racedag
this racedagdeze racedag
that racedagdie racedag
our racedagonze racedag
your racedagjouw racedag
every racedagelke racedag
which racedag?welke racedag?
a big racedag / the big racedageen grote racedag, de grote racedag
the racedag (plural)de racedagen, deze racedagen

Example sentences with racedag

  • Op basis van beelden van de eerste racedag, toen het kleed gebruikt werd, is nu wel een straf opgelegd.
  • De regerend olympisch en wereldkampioene sloot de eerste racedag in Barcelona af met twee tweede plaatsen.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).