De or het postkaart?

The correct Dutch article is:

de postkaart

  • Plural: de postkaarten
  • Diminutive: het postkaartje
Meaning (Dutch) 1. stevig stuk rechthoekig papier dat kan worden beschreven en ook zonder envelop met de post kan worden verzonden, vaak met een afbeelding aan een kant 2. blad met een schematisch beeld van een bepaald gebied en andere informatie die van belang is voor de verwerking van de post

How to use postkaart

the postkaartde postkaart
this postkaartdeze postkaart
that postkaartdie postkaart
our postkaartonze postkaart
your postkaartjouw postkaart
every postkaartelke postkaart
which postkaart?welke postkaart?
a big postkaart / the big postkaarteen grote postkaart, de grote postkaart
the postkaart (plural)de postkaarten, deze postkaarten

Example sentences with postkaart

  • Stuur mij een postkaart. “Send me a postcard.”
  • Ik verzamel postkaarten. “I collect postcards.”
  • Hij verzamelt postkaarten. “He collects picture postcards.”

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).