De or het planner?

The correct Dutch article is:

de planner

  • Plural: de planners
Meaning (Dutch) 1. (beroep) een persoon of voorwerp dat behulpzaam is bij het organiseren van werkzaamheden of andere handelingen in de tijd 2. een gestructureerd persoon

How to use planner

the plannerde planner
this plannerdeze planner
that plannerdie planner
our planneronze planner
your plannerjouw planner
every plannerelke planner
which planner?welke planner?
a big planner / the big plannereen grote planner, de grote planner
the planner (plural)de planners, deze planners

Example sentences with planner

  • Maar, waarschuwt Paolo Seijsener, financieel planner en pensioenadviseur van adviesbureau Visieplus, met de huidige rente levert dat geen indrukwekkende bedragen op.
  • Ik ben geen echte planner daarom moet ik er voor zorgen dat mijn leven simpel en eenvoudig blijft.

Dutch words ending in planner

routeplanner | stadsplanner | reisplanner | huwelijksplanner | bruiloftsplanner | trouwplanner

In compound words, the last part decides the article. See the rule

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).