De or het plaatshebben?

The correct Dutch article is:

het plaatshebben

How to use plaatshebben

the plaatshebbenhet plaatshebben
this plaatshebbendit plaatshebben
that plaatshebbendat plaatshebben
our plaatshebbenons plaatshebben
your plaatshebbenjouw plaatshebben
every plaatshebbenelk plaatshebben
which plaatshebben?welk plaatshebben?
a big plaatshebben / the big plaatshebbeneen groot plaatshebben, het grote plaatshebben