De or het pinksterdag?

The correct Dutch article is:

de pinksterdag

  • Plural: de pinksterdagen
  • Diminutive: het pinksterdagje
Meaning (Dutch) (religie) een van de twee dagen van het pinksterfeest, pinksterzondag of pinkstermaandag

How to use pinksterdag

the pinksterdagde pinksterdag
this pinksterdagdeze pinksterdag
that pinksterdagdie pinksterdag
our pinksterdagonze pinksterdag
your pinksterdagjouw pinksterdag
every pinksterdagelke pinksterdag
which pinksterdag?welke pinksterdag?
a big pinksterdag / the big pinksterdageen grote pinksterdag, de grote pinksterdag
the pinksterdag (plural)de pinksterdagen, deze pinksterdagen

Example sentences with pinksterdag

  • De tweede pinksterdag is een officiële vrije dag.
  • Op Eerste Pinksterdag gingen 189.263 mensen naar de film, meldt brancheorganisatie NVBF.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).