De or het periodeduur?

The correct Dutch article is:

de periodeduur

  • Plural: de periodeduren
  • Diminutive: het periodeduurtje
Meaning (Dutch) (natuurkunde, elektronica) de lengte van één periode/cyclus uitgedrukt in een tijdseenheid

How to use periodeduur

the periodeduurde periodeduur
this periodeduurdeze periodeduur
that periodeduurdie periodeduur
our periodeduuronze periodeduur
your periodeduurjouw periodeduur
every periodeduurelke periodeduur
which periodeduur?welke periodeduur?
a big periodeduur / the big periodeduureen grote periodeduur, de grote periodeduur
the periodeduur (plural)de periodeduren, deze periodeduren

Example sentences with periodeduur

  • Een wisselstroom met een frequentie (symbool: f) van 100Hz heeft een periodeduur (symbool: T) van 0,01s.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).