De or het parkeerkaart?

The correct Dutch article is:

de parkeerkaart

  • English: parking card
  • Plural: de parkeerkaarten
  • Diminutive: het parkeerkaartje
Meaning (Dutch) 1. kaartje waarmee je, als je de parkeerkosten hebt voldaan, een parkeerplaats kunt verlaten 2. kaart die aangeeft dat men ergens mag parkeren

How to use parkeerkaart

the parking cardde parkeerkaart
this parking carddeze parkeerkaart
that parking carddie parkeerkaart
our parking cardonze parkeerkaart
your parking cardjouw parkeerkaart
every parking cardelke parkeerkaart
which parking card?welke parkeerkaart?
a big parking card / the big parking cardeen grote parkeerkaart, de grote parkeerkaart
the parking card (plural)de parkeerkaarten, deze parkeerkaarten

Example sentences with parkeerkaart

  • Ze is aan de beurt, duwt haar parkeerkaart in de gleuf en sluit het autoraampje.
  • De Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) begint in de zomer met een experiment om misbruik van invalidenparkeerkaarten tegen te gaan.

Dutch words ending in parkeerkaart

invalidenparkeerkaart

In compound words, the last part decides the article. See the rule

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).