De or het paasweekend?

The correct Dutch article is:

het paasweekend

  • Plural: de paasweekends / paasweekenden
  • Diminutive: het paasweekendje
Meaning (Dutch) periode van paaszaterdag tot en met tweede paasdag

How to use paasweekend

the paasweekendhet paasweekend
this paasweekenddit paasweekend
that paasweekenddat paasweekend
our paasweekendons paasweekend
your paasweekendjouw paasweekend
every paasweekendelk paasweekend
which paasweekend?welk paasweekend?
a big paasweekend / the big paasweekendeen groot paasweekend, het grote paasweekend
the paasweekend (plural)de paasweekends, deze paasweekends

Example sentences with paasweekend

  • De wegen in de Bollenstreek zaten tijdens het paasweekend zo verstopt dat de Keukenhof mensen opriep thuis te blijven.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).