De or het paastijd?

The correct Dutch article is:

de paastijd

  • Plural: de paastijden
Meaning (Dutch) 1. (religie) de tijd rond Pasen 2. (religie) de vijftig dagen tussen Pasen en Pinksteren in

How to use paastijd

the paastijdde paastijd
this paastijddeze paastijd
that paastijddie paastijd
our paastijdonze paastijd
your paastijdjouw paastijd
every paastijdelke paastijd
which paastijd?welke paastijd?
a big paastijd / the big paastijdeen grote paastijd, de grote paastijd
the paastijd (plural)de paastijden, deze paastijden

Example sentences with paastijd

  • Het is daarom jammer dat er na alle aandacht voor de veertigdagentijd vaak zo weinig invulling wordt gegeven aan de vijftig dagen van de paastijd.
  • Het gedicht is door verschillende componisten op muziek gezet en wordt veelal in de paastijd uitgevoerd door koren en orkesten.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).