De or het orgel?

The correct Dutch article is:

het orgel

  • English: organ
  • Plural: de orgels
  • Diminutive: het orgeltje
Meaning (Dutch) (muziekinstrument) een muziekinstrument dat bestaat uit meerdere losse pijpen waardoor lucht stroomt op een labium en dat ingedeeld wordt bij de aerofonen

How to use orgel

the organhet orgel
this organdit orgel
that organdat orgel
our organons orgel
your organjouw orgel
every organelk orgel
which organ?welk orgel?
a big organ / the big organeen groot orgel, het grote orgel
the organ (plural)de orgels, deze orgels

Example sentences with orgel

  • Meestal is er in een kerk een orgel. “There is usually an organ in a church.”
  • Het orgel rust op rood marmeren zuilen en is verfraaid met talrijke versieringen. “The organ is supported by red marble columns and embellished with countless decorations.”
  • Ik kan geen orgel spelen. “I can't play the organ.”

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).