De or het organizer?

The correct Dutch article is:

de organizer

  • Plural: de organizers
Meaning (Dutch) 1. persoon of voorwerp dat 'nodig' is om je leven georganiseerd te houden 2. (electronische) agenda

How to use organizer

the organizerde organizer
this organizerdeze organizer
that organizerdie organizer
our organizeronze organizer
your organizerjouw organizer
every organizerelke organizer
which organizer?welke organizer?
a big organizer / the big organizereen grote organizer, de grote organizer
the organizer (plural)de organizers, deze organizers

Example sentences with organizer

  • Daarrond ontstond dan weer een hele industrie met poetsdoekjes, organizers, Dettol en interieurboeken die laten zien hoe het hoort.
  • Samen met een psycholoog en een 'personal organizer' (de crisis maakt mensen inventief in hun beroepskeuze) gaat Frans zijn huis en zijn hoofd te lijf.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).