De or het ophaaldag?

The correct Dutch article is:

de ophaaldag

  • Plural: de ophaaldagen
Meaning (Dutch) 1. vastgestelde datum waarop iets bij een vaste verblijfplaats wordt ingezameld 2. periodieke datum waarop afvalstoffen worden ingezameld bij woningen of bedrijven

How to use ophaaldag

the ophaaldagde ophaaldag
this ophaaldagdeze ophaaldag
that ophaaldagdie ophaaldag
our ophaaldagonze ophaaldag
your ophaaldagjouw ophaaldag
every ophaaldagelke ophaaldag
which ophaaldag?welke ophaaldag?
a big ophaaldag / the big ophaaldageen grote ophaaldag, de grote ophaaldag
the ophaaldag (plural)de ophaaldagen, deze ophaaldagen

Example sentences with ophaaldag

  • Het aantal ophaaldagen van post bij bedrijven wordt daarnaast teruggebracht van zes naar vijf dagen in de week.
  • Het is vandaag ophaaldag. Papier, flessen en plastic afval staan aan de straat.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).