De or het oor?

The correct Dutch article is:

het oor

  • English: ear
  • Plural: de oren
  • Diminutive: het oortje
Meaning (Dutch) 1. (anatomie) lichaamsdeel waarmee geluiden kunnen worden gehoord 2. (huishouden) handvat waaraan men een stuk servies kan optillen

How to use oor

the earhet oor
this eardit oor
that eardat oor
our earons oor
your earjouw oor
every earelk oor
which ear?welk oor?
a big ear / the big eareen groot oor, het grote oor
the ear (plural)de oren, deze oren

Example sentences with oor

  • Mijn oor bloedde vanochtend. “My ear was bleeding this morning.”
  • Mijn oor was geamputeerd. “My ear was amputated.”
  • Hij spitste zijn oren. “He pricked up his ears.”

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).