De or het onverdeeldheid?

The correct Dutch article is:

de onverdeeldheid

Rule Words ending in -heid: almost always de. See the rule
Meaning (Dutch) 1. toestand waarin iets een eenheid vormt 2. (juridisch) toestand waarin bepaald bezit nog niet opgedeeld is over de verschillende rechthebbenden

How to use onverdeeldheid

the onverdeeldheidde onverdeeldheid
this onverdeeldheiddeze onverdeeldheid
that onverdeeldheiddie onverdeeldheid
our onverdeeldheidonze onverdeeldheid
your onverdeeldheidjouw onverdeeldheid
every onverdeeldheidelke onverdeeldheid
which onverdeeldheid?welke onverdeeldheid?
a big onverdeeldheid / the big onverdeeldheideen grote onverdeeldheid, de grote onverdeeldheid

Example sentences with onverdeeldheid

  • Daar houdt de onverdeeldheid binnen het kabinet ook meteen op.
  • Alles is klaar, maar jullie moeten, als de Toorops vroeger, zolang mogelijk in onverdeeldheid blijven.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).