De or het onkosten?

The correct Dutch article is:

de onkosten

  • Plural: de onkosten
Meaning (Dutch) geld dat men moet uitgeven voor schade en verlies of bijkomende en onnodige zaken

How to use onkosten

the onkostende onkosten
this onkostendeze onkosten
that onkostendie onkosten
our onkostenonze onkosten
your onkostenjouw onkosten
every onkostenelke onkosten
which onkosten?welke onkosten?
a big onkosten / the big onkosteneen grote onkosten, de grote onkosten
the onkosten (plural)de onkosten, deze onkosten

Example sentences with onkosten

  • Dat verhoogt de onkosten. “This adds to the expense.”
  • Tom probeerde zijn onkosten te beperken. “Tom tried to limit his expenses.”
  • Laat me mijn deel van de onkosten betalen. “Let me pay my share of expenses.”

Dutch words ending in onkosten

pensionkosten | telefoonkosten | loonkosten | niet-loonkosten | minimumloonkosten | woonkosten | verplaatsingsonkosten | vervoersonkosten

In compound words, the last part decides the article. See the rule

Dutch words starting with onkosten

onkostenclaim | onkostendeclaratie | onkostenregeling | onkostenrekening | onkostenvergoeding | onkostenboek | onkostennota | onkostenpost

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).