De or het onestopshopping?

The correct Dutch article is:

de onestopshopping

Rule Words ending in -ing: almost always de. See the rule
Meaning (Dutch) (economie) het alles wat men nodig heeft in één winkel kopen zonder dat men naar verschillende speciaalzaken hoeft te gaan

How to use onestopshopping

the onestopshoppingde onestopshopping
this onestopshoppingdeze onestopshopping
that onestopshoppingdie onestopshopping
our onestopshoppingonze onestopshopping
your onestopshoppingjouw onestopshopping
every onestopshoppingelke onestopshopping
which onestopshopping?welke onestopshopping?
a big onestopshopping / the big onestopshoppingeen grote onestopshopping, de grote onestopshopping

Example sentences with onestopshopping

  • Consumenten kiezen door de weersomstandigheden voor ‘onestopshopping’ bij de supermarkt, aldus GfK.
  • Eenzelfde fenomeen voor de consumentenkredieten, de klant verkiest 'onestopshopping'.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).