De or het oefentijd?

The correct Dutch article is:

de oefentijd

  • Plural: de oefentijden
Meaning (Dutch) 1. een periode die nodig is om iets te oefenen 2. de periode in iemands leven dat je kunt oefenen

How to use oefentijd

the oefentijdde oefentijd
this oefentijddeze oefentijd
that oefentijddie oefentijd
our oefentijdonze oefentijd
your oefentijdjouw oefentijd
every oefentijdelke oefentijd
which oefentijd?welke oefentijd?
a big oefentijd / the big oefentijdeen grote oefentijd, de grote oefentijd
the oefentijd (plural)de oefentijden, deze oefentijden

Example sentences with oefentijd

  • De Zweedse psycholoog Ericsson werd beroemd met zijn ‘10.000-urenregel’; vernoemd naar de oefentijd die nodig is om expert te worden in om het even wat.
  • Tienertijd is oefentijd.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).