De or het oefendag?

The correct Dutch article is:

de oefendag

  • Plural: de oefendagen
  • Diminutive: het oefendagje
Meaning (Dutch) een dag waarop men een vaardigheid kan trainen

How to use oefendag

the oefendagde oefendag
this oefendagdeze oefendag
that oefendagdie oefendag
our oefendagonze oefendag
your oefendagjouw oefendag
every oefendagelke oefendag
which oefendag?welke oefendag?
a big oefendag / the big oefendageen grote oefendag, de grote oefendag
the oefendag (plural)de oefendagen, deze oefendagen

Example sentences with oefendag

  • De landmacht heeft minder oefendagen, de luchtmacht minder vlieguren.
  • Hulpdiensten plannen acht oefendagen voor Sail: Het grote nautische evenement Sail trekt meer dan een miljoen bezoekers naar Amsterdam.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).