De or het oefenaar?

The correct Dutch article is:

de oefenaar

  • Plural: de oefenaars
Meaning (Dutch) 1. iemand die een ander een bepaalde vaardigheid aanleert 2. was iemand die mocht preken in een godsdienstoefening van een protestantse gemeente en ook zelf zijn preken mocht maken, dit in tegenstelling tot de preeklezer in de leesdienst …

How to use oefenaar

the oefenaarde oefenaar
this oefenaardeze oefenaar
that oefenaardie oefenaar
our oefenaaronze oefenaar
your oefenaarjouw oefenaar
every oefenaarelke oefenaar
which oefenaar?welke oefenaar?
a big oefenaar / the big oefenaareen grote oefenaar, de grote oefenaar
the oefenaar (plural)de oefenaars, deze oefenaars

Example sentences with oefenaar

  • Het ruwe, rauwe leven trok aan me.
  • Hij sloop weg van huis om met de oefenaars ergens een bijeenkomst te houden.

Dutch words ending in oefenaar

beoefenaar | beroepsbeoefenaar | vrijeberoepsbeoefenaar | vrijberoepsbeoefenaar

In compound words, the last part decides the article. See the rule

Dutch words starting with oefenaar

oefenaarster

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).