De or het newspeak?

The correct Dutch article is:

de newspeak

  • English: newspeak
Meaning (Dutch) 1. (taalkunde) taal waarin nieuwe woorden worden samengesteld uit (delen van) oude woorden als onderdeel van nagestreefde veranderingen 2. (pejoratief, taalkunde) taalgebruik waarin de betekenis van bepaalde woorden is aangepast om een politiek doel te dienen

How to use newspeak

the newspeakde newspeak
this newspeakdeze newspeak
that newspeakdie newspeak
our newspeakonze newspeak
your newspeakjouw newspeak
every newspeakelke newspeak
which newspeak?welke newspeak?
a big newspeak / the big newspeakeen grote newspeak, de grote newspeak

Example sentences with newspeak

  • Genderspecifiek beleid is namelijk gewoon Haagse newspeak voor discriminatie die wel mag.
  • De Rotterdamse roc’s willen fuseren om te ‘defuseren’? Zulke newspeak duidt op een eigen wereld met een eigen werkelijkheid.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).