De or het nabuur?

The correct Dutch article is:

de nabuur

  • English: neighbour
  • Plural: de naburen
Meaning (Dutch) 1. iemand die dicht in de buurt woont 2. bewoners van een aangrenzende gemeente, provincie of land

How to use nabuur

the neighbourde nabuur
this neighbourdeze nabuur
that neighbourdie nabuur
our neighbouronze nabuur
your neighbourjouw nabuur
every neighbourelke nabuur
which neighbour?welke nabuur?
a big neighbour / the big neighboureen grote nabuur, de grote nabuur
the neighbour (plural)de naburen, deze naburen

Example sentences with nabuur

  • Niet voor niets heet de bouwcombinatie Noaber18: noaber zoals in het Twents/Achterhoekse begrip 'nabuur': de buurman met wie je verbonden bent in lief en leed.
  • „Bekend voorbeeld is het Twentse woord noaber (nabuur) dat sterk lijkt op het woord neighbour uit het Angelsaksisch taalgebied.”

Dutch words starting with nabuur

nabuurvolgeling | nabuurland | nabuurschap

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).