De or het logement?

The correct Dutch article is:

het logement

  • Plural: de logementen
  • Diminutive: het logementje
Rule Words ending in -ment: usually het. See the rule
Meaning (Dutch) 1. (toerisme) gelegenheid waar men kan logeren, eenvoudig hotel 2. vaste verblijfplaats voor de leden van de Staten van Holland in Den-Haag

How to use logement

the logementhet logement
this logementdit logement
that logementdat logement
our logementons logement
your logementjouw logement
every logementelk logement
which logement?welk logement?
a big logement / the big logementeen groot logement, het grote logement
the logement (plural)de logementen, deze logementen

Example sentences with logement

  • Je kan natuurlijk ook een dag op voorhand gaan of een dag langer blijven, wanneer er geen stakingsdreiging is …
  • 'Welcome to the country life.' Zo begroet Jaap Meelker zijn potentiële gasten via Airbnb. Op het Landgoed Linschoten, dat al sinds 1637 bestaat, heeft hij een oude kaasmakerij verbouwd tot logement.

Dutch words starting with logement

logementhouder

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).