De or het lesdag?

The correct Dutch article is:

de lesdag

  • Plural: de lesdagen
  • Diminutive: het lesdagje
Meaning (Dutch) een dag met lessen / schooldag

How to use lesdag

the lesdagde lesdag
this lesdagdeze lesdag
that lesdagdie lesdag
our lesdagonze lesdag
your lesdagjouw lesdag
every lesdagelke lesdag
which lesdag?welke lesdag?
a big lesdag / the big lesdageen grote lesdag, de grote lesdag
the lesdag (plural)de lesdagen, deze lesdagen

Example sentences with lesdag

  • De laatste lesdag verliep wel eens met dozen eieren, zakken meel en een flinke opruimklus.
  • Docenten krijgen wel een vast contract, maar bijvoorbeeld slechts voor één lesdag per week.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).