De or het lener?

The correct Dutch article is:

de lener

  • English: borrower, lender
  • Plural: de leners
  • Diminutive: het lenertje
Meaning (Dutch) 1. iemand die iets van iemand anders leent 2. iemand die iets aan iemand anders leent (veel zeldzamer dan betekenis 1)

How to use lener

the borrowerde lener
this borrowerdeze lener
that borrowerdie lener
our borroweronze lener
your borrowerjouw lener
every borrowerelke lener
which borrower?welke lener?
a big borrower / the big borrowereen grote lener, de grote lener
the borrower (plural)de leners, deze leners

Example sentences with lener

  • Naar schatting een derde van de leners in Nederland hoeft al geen boete meer te betalen.
  • Over het algemeen is de hypotheekmarkt gezond, maar een deel van de leners heeft nog steeds een risicovol profiel.

Dutch words ending in lener

belener | bruiklener | inlener | verlener | zorgverlener | hulpverlener | ambulancehulpverlener | eerstehulpverlener | burgerhulpverlener | bedrijfshulpverlener | dienstverlener | ontlener

In compound words, the last part decides the article. See the rule

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).