De or het leeskaart?

The correct Dutch article is:

de leeskaart

  • Plural: de leeskaarten
  • Diminutive: het leeskaartje
Meaning (Dutch) 1. een term uit de zeevaart waarmee vaarinstructies worden aangeduid 2. abonnement voor een bibliotheek

How to use leeskaart

the leeskaartde leeskaart
this leeskaartdeze leeskaart
that leeskaartdie leeskaart
our leeskaartonze leeskaart
your leeskaartjouw leeskaart
every leeskaartelke leeskaart
which leeskaart?welke leeskaart?
a big leeskaart / the big leeskaarteen grote leeskaart, de grote leeskaart
the leeskaart (plural)de leeskaarten, deze leeskaarten

Example sentences with leeskaart

  • Later werden deze ‘leeskaarten’ geïllustreerd met kustprofielen.
  • Om de week halen we op vrijdag voor schooltijd de teruggebrachte boeken met de leeskaart op in de lokalen.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).