De or het leerjongen?

The correct Dutch article is:

de leerjongen

  • English: apprentice
  • Plural: de leerjongens
  • Diminutive: het leerjongetje
Meaning (Dutch) 1. jongen die al werkend een vak of ambacht leert 2. leerling in het algemeen

How to use leerjongen

the apprenticede leerjongen
this apprenticedeze leerjongen
that apprenticedie leerjongen
our apprenticeonze leerjongen
your apprenticejouw leerjongen
every apprenticeelke leerjongen
which apprentice?welke leerjongen?
a big apprentice / the big apprenticeeen grote leerjongen, de grote leerjongen
the apprentice (plural)de leerjongens, deze leerjongens

Example sentences with leerjongen

  • Op de koksschool of als leerjongen leer je natuurlijk meer dan als je thuis altijd weer dezelfde dingen klaarmaakt.
  • Orhan Pamuk vlecht een oosterse en een westerse vader-zoontragedie in elkaar in zijn roman over een obstinate puttengraver en zijn leerjongen.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).