De or het leengoed?

The correct Dutch article is:

het leengoed

  • English: fief, feu, feod
  • Plural: de leengoederen
Meaning (Dutch) 1. zaken die men te leen heeft en die men dus goed moet beheren en bewaren voor het nageslacht 2. (geschiedenis, leenstelsel) in een feodaal stelsel een gebied dat door een heerser te leen wordt gegeven aan een vazal

How to use leengoed

the fiefhet leengoed
this fiefdit leengoed
that fiefdat leengoed
our fiefons leengoed
your fiefjouw leengoed
every fiefelk leengoed
which fief?welk leengoed?
a big fief / the big fiefeen groot leengoed, het grote leengoed
the fief (plural)de leengoederen, deze leengoederen

Example sentences with leengoed

  • Het eerste waar christenen over moeten nadenken, is de vraag wat al het geschonken leengoed (kerken, scholen enzovoort) hun werkelijk waard is.
  • Zij weten ook dat hun geld uiteindelijk geen eigen bezit is, maar leengoed.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).