De or het leefloner?

The correct Dutch article is:

de leefloner

  • Plural: de leefloners
  • Diminutive: het leeflonertje
Meaning (Dutch) iemand die van een leefloon moet rondkomen

How to use leefloner

the leeflonerde leefloner
this leeflonerdeze leefloner
that leeflonerdie leefloner
our leefloneronze leefloner
your leeflonerjouw leefloner
every leeflonerelke leefloner
which leefloner?welke leefloner?
a big leefloner / the big leeflonereen grote leefloner, de grote leefloner
the leefloner (plural)de leefloners, deze leefloners

Example sentences with leefloner

  • Vlaanderen telt vandaag meer dan 40.000 leefloners, waarvan er 22,5 procent na een jaar werk hebben gevonden.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).