De or het landbouwer?

The correct Dutch article is:

de landbouwer

  • English: agrarian, agricultural worker, cultivator
  • Plural: de landbouwers
  • Diminutive: het landbouwertje
Meaning (Dutch) (beroep, landbouw) iemand die met landbouw of/en veeteelt zijn geld verdient (mannelijke vorm)

How to use landbouwer

the agrariande landbouwer
this agrariandeze landbouwer
that agrariandie landbouwer
our agrarianonze landbouwer
your agrarianjouw landbouwer
every agrarianelke landbouwer
which agrarian?welke landbouwer?
a big agrarian / the big agrarianeen grote landbouwer, de grote landbouwer
the agrarian (plural)de landbouwers, deze landbouwers

Example sentences with landbouwer

  • Het merendeel van de landbouwers in dit godvergeten dorp kan niet lezen of schrijven. “The majority of the peasants living in this godforsaken village cannot read nor write.”
  • Zijn ouders waren landbouwers. “His parents were farmers.”
  • Landbouwers bewerken de grond. “Farmers cultivate the soil.”

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).