De or het kanoër?

The correct Dutch article is:

de kanoër

  • Plural: de kanoërs
  • Diminutive: het kanoërtje
Meaning (Dutch) (sport) iemand die vaart in een kano

How to use kanoër

the kanoërde kanoër
this kanoërdeze kanoër
that kanoërdie kanoër
our kanoëronze kanoër
your kanoërjouw kanoër
every kanoërelke kanoër
which kanoër?welke kanoër?
a big kanoër / the big kanoëreen grote kanoër, de grote kanoër
the kanoër (plural)de kanoërs, deze kanoërs

Example sentences with kanoër

  • Een speedboot die zaterdag op het Eemskanaal bij Groningen twee kanoërs heeft aangevaren, is er na de aanvaring vandoor gegaan.
  • „Ik ben opgegroeid langs het water, omdat mijn acht jaar oudere broer Job (nu assistent-bondscoach red.) een goede kanoër was en ik veel ging kijken.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).