De or het kampeerder?

The correct Dutch article is:

de kampeerder

  • English: camper
  • Plural: de kampeerders
  • Diminutive: het kampeerdertje
Meaning (Dutch) (persoon, kamperen) iemand die, gewoonlijk tijdens de vakantie, in een tent bivakkeert

How to use kampeerder

the camperde kampeerder
this camperdeze kampeerder
that camperdie kampeerder
our camperonze kampeerder
your camperjouw kampeerder
every camperelke kampeerder
which camper?welke kampeerder?
a big camper / the big campereen grote kampeerder, de grote kampeerder
the camper (plural)de kampeerders, deze kampeerders

Example sentences with kampeerder

  • Ik hoorde dat een Zuid-Amerikaanse kampeerder door een anaconda is opgegeten. “I heard that a South American camper was eaten by an anaconda.”

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).