De or het kalender?

The correct Dutch article is:

de kalender

  • English: calendar
  • Plural: de kalenders
  • Diminutive: het kalendertje
Meaning (Dutch) 1. (tijdrekening) tabel die de verdeling van het jaar in dagen, weken of jaren aangeeft, evt. met feestdagen enz 2. lijst van de kerkelijke feesten en heiligendagen

How to use kalender

the calendarde kalender
this calendardeze kalender
that calendardie kalender
our calendaronze kalender
your calendarjouw kalender
every calendarelke kalender
which calendar?welke kalender?
a big calendar / the big calendareen grote kalender, de grote kalender
the calendar (plural)de kalenders, deze kalenders

Example sentences with kalender

  • Waar is de kalender? “Where is the calendar?”
  • Ik koop een kalender. “I'll buy a calendar.”
  • Ik heb een kalender nodig. “I need a calendar.”

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).