De or het juffendag?

The correct Dutch article is:

de juffendag

  • Plural: de juffendagen
  • Diminutive: het juffendagje
Meaning (Dutch) (onderwijs) de dag dat men de verjaardag van al het onderwijzend personeel van een school tegelijkertijd viert

How to use juffendag

the juffendagde juffendag
this juffendagdeze juffendag
that juffendagdie juffendag
our juffendagonze juffendag
your juffendagjouw juffendag
every juffendagelke juffendag
which juffendag?welke juffendag?
a big juffendag / the big juffendageen grote juffendag, de grote juffendag
the juffendag (plural)de juffendagen, deze juffendagen

Example sentences with juffendag

  • Voor de jaarlijkse meester- (enkelvoud) en juffendag hebben de leerlingen van de Tormijnschool samen met hun groepsleerkrachten de school in Noordijk verruild voor... de Needse Berg.
  • Het was juffendag, en alle ouders mochten hapjes verzorgen.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).