De or het instrumentenbouwer?

The correct Dutch article is:

de instrumentenbouwer

  • Plural: de instrumentenbouwers
Meaning (Dutch) (beroep) iemand die werktuigen bouwt

How to use instrumentenbouwer

the instrumentenbouwerde instrumentenbouwer
this instrumentenbouwerdeze instrumentenbouwer
that instrumentenbouwerdie instrumentenbouwer
our instrumentenbouweronze instrumentenbouwer
your instrumentenbouwerjouw instrumentenbouwer
every instrumentenbouwerelke instrumentenbouwer
which instrumentenbouwer?welke instrumentenbouwer?
a big instrumentenbouwer / the big instrumentenbouwereen grote instrumentenbouwer, de grote instrumentenbouwer
the instrumentenbouwer (plural)de instrumentenbouwers, deze instrumentenbouwers

Example sentences with instrumentenbouwer

  • een Canadese violist; een Russisch-Amerikaanse natuurkundige die bekend was omdat hij het quantum phase estimation algorithm en de topologische kwantumcomputer geïntroduceerd had bij, nou ja …
  • Ook een instrumentenbouwer die op zoek is naar historische bouwtekeningen van klavecimbels, moet zich over een kopie buigen.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).