De or het huizenkant?

The correct Dutch article is:

de huizenkant

  • Plural: de huizenkanten
  • Diminutive: het huizenkantje
Meaning (Dutch) de bebouwde kant van een weg

How to use huizenkant

the huizenkantde huizenkant
this huizenkantdeze huizenkant
that huizenkantdie huizenkant
our huizenkantonze huizenkant
your huizenkantjouw huizenkant
every huizenkantelke huizenkant
which huizenkant?welke huizenkant?
a big huizenkant / the big huizenkanteen grote huizenkant, de grote huizenkant
the huizenkant (plural)de huizenkanten, deze huizenkanten

Example sentences with huizenkant

  • Dragend de blinkende bril stapte Jaap in zijn smoeselig pakje, ten tweede maal de koepels langs, aan de huizenkant blijvend, de groote gevels en stallen langs waar klanten woonden van de baas.
  • Aan de huizenkant ligt de bestrating er keurig bij, richting beek hellen de klinkers flink over, ertussen een brede streep waar de bestrating van elkaar wijkt.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).