De or het huisgenoot?

The correct Dutch article is:

de huisgenoot

  • Plural: de huisgenoten
  • Diminutive: het huisgenootje
Meaning (Dutch) mensen met wie men in één huis woont, zonder dat er noodzakelijkerwijs ook één huishouding wordt gevoerd

How to use huisgenoot

the huisgenootde huisgenoot
this huisgenootdeze huisgenoot
that huisgenootdie huisgenoot
our huisgenootonze huisgenoot
your huisgenootjouw huisgenoot
every huisgenootelke huisgenoot
which huisgenoot?welke huisgenoot?
a big huisgenoot / the big huisgenooteen grote huisgenoot, de grote huisgenoot
the huisgenoot (plural)de huisgenoten, deze huisgenoten

Example sentences with huisgenoot

  • In het studentenhuis had ik 5 huisgenoten.
  • Mijn eerste doel was flexibeler in het leven te staan. Ik hoopte hierdoor geduldiger te worden en meer te gaan genieten van het hier en nu. Maar vooral ook om een aangenamere huisgenoot te worden.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).