De or het hospitality?

The correct Dutch article is:

de hospitality

Meaning (Dutch) (bedrijfstak) het professioneel ontvangen van over het algemeen grotere groepen genodigden, zoals dat bijvoorbeeld gebeurt op congressen en in hotels

How to use hospitality

the hospitalityde hospitality
this hospitalitydeze hospitality
that hospitalitydie hospitality
our hospitalityonze hospitality
your hospitalityjouw hospitality
every hospitalityelke hospitality
which hospitality?welke hospitality?
a big hospitality / the big hospitalityeen grote hospitality, de grote hospitality

Example sentences with hospitality

  • Bussen vol toeristen parkeren op het kasteelterrein, voor 27,50 pond krijgen bezoekers een rondleiding. Het kasteel is een bedrijf geworden, de eigenaars managers in de hospitality.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).