De or het hofleverancier?

The correct Dutch article is:

de hofleverancier

  • Plural: de hofleveranciers
Meaning (Dutch) 1. (handel, economie) een persoon of bedrijf dat goederen of diensten levert aan het hof 2. (handel, economie) een titel dat door de koning aan een bedrijf wordt toegekend

How to use hofleverancier

the hofleverancierde hofleverancier
this hofleverancierdeze hofleverancier
that hofleverancierdie hofleverancier
our hofleverancieronze hofleverancier
your hofleverancierjouw hofleverancier
every hofleverancierelke hofleverancier
which hofleverancier?welke hofleverancier?
a big hofleverancier / the big hofleveranciereen grote hofleverancier, de grote hofleverancier
the hofleverancier (plural)de hofleveranciers, deze hofleveranciers

Example sentences with hofleverancier

  • Norm is hier niet een spijkerbroek met witte blouse en puntschoenen, maar een college-jas (alleen van hofleverancier Maison de Bonneterie), een Lacoste poloshirt (kraag omhoog!) en mocassins.
  • Letterlijk zei Kamerlid Gert-Jan Segers (ChristenUnie): „Nederland is in Europa hofleverancier van uiterst schadelijke en illegale drugs.” Aanleiding was een publicatie in het Algemeen Dagblad.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).