De or het grootspraak?

The correct Dutch article is:

de grootspraak

  • English: bluffing
Meaning (Dutch) opschepperij, bluf, dikdoenerij, jezelf belangrijker maken dan je bent

How to use grootspraak

the bluffingde grootspraak
this bluffingdeze grootspraak
that bluffingdie grootspraak
our bluffingonze grootspraak
your bluffingjouw grootspraak
every bluffingelke grootspraak
which bluffing?welke grootspraak?
a big bluffing / the big bluffingeen grote grootspraak, de grote grootspraak

Example sentences with grootspraak

  • De visser vertelde in beeldende taal over zijn gevangen vis van meer dan 1 meter lengte maar het bleek alleen maar grootspraak te zijn.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).