De or het gezinskaart?

The correct Dutch article is:

de gezinskaart

  • Plural: de gezinskaarten
Meaning (Dutch) 1. kaart met gezinsgegevens 2. toegangskaart voor het gehele gezin

How to use gezinskaart

the gezinskaartde gezinskaart
this gezinskaartdeze gezinskaart
that gezinskaartdie gezinskaart
our gezinskaartonze gezinskaart
your gezinskaartjouw gezinskaart
every gezinskaartelke gezinskaart
which gezinskaart?welke gezinskaart?
a big gezinskaart / the big gezinskaarteen grote gezinskaart, de grote gezinskaart
the gezinskaart (plural)de gezinskaarten, deze gezinskaarten

Example sentences with gezinskaart

  • In die raad werd het uitbreiden van de gezinskaart besproken.
  • Een gezinskaart voor de hele week kost 25 euro.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).